Cicero en Seneca: troost in de filosofie (bij het eindex. Latijn 2018)

06 03 18
Verberg deze slider

Het lot van Cicero en Seneca vertoont veel overeenkomst. Alle twee weten ze – in een heel verschillende politieke situatie - als ‘provincialen’ door hun welsprekendheid op te klimmen tot de maatschappelijke top. Maar beide homines novi staan in hun laatste levensperiode politiek aan de zijlijn. Dan zoeken ze troost in de wijsbegeerte, die ze tevoren voornamelijk gebruikten om op het publiek indruk te maken. Cicero ‘vertaalt’ de Griekse filosofie in letterlijke zin door Latijnse termen te scheppen – zo maakt hij het woord het woord ‘kwaliteit’. Inhoudelijk romaniseert hij de philosophia door in zijn dialogen Romeinse prominenten de wijsheid te laten vertolken. Seneca munt vooral uit als taalvirtuoos. In zijn ethische brieven aan Lucilius ontpopt hij zich als een filosofische columnist. Door zijn ‘mooie’ zelfdoding wordt hij de Romeinse Socrates, zoals de spreker in zijn Nero & Seneca 2010) heeft laten zien. De blijvende inspiratie van de stoïsche levensbeschouwing blijkt niet alleen uit de figuren die de syllabus noemt, maar actueler uit Filosofie voor het Leven van Jules Evens, die in Londen groepen leidt die Cognitieve Gedrags-Therapie(CGT) aan de hand van Seneca bedrijven.

Deel deze pagina