Een christelijke “groepstaal”? Joseph Schrijnen en Christine Mohrmann (de “Nijmeegse School”) en hun benadering van het vroegchristelijke Latijn

31 10 18

In de jaren ’30 van de vorige eeuw ontwikkelde zich rond de Nijmeegse professoren Joseph (Jos) Schrijnen en Christine Mohrmann de zogenaamde Nijmeegse School. Deze taalkundige “School” staat bij Latinisten en theologen tot ver buiten Nederland bekend om haar theorie dat het Latijn waarvan de vroegste westerse christenen zich bedienden een afzonderlijke “groepstaal” was (“Sondersprache” of “langue spéciale”), gekenmerkt door een aantal specifieke eigenschappen (zogenaamde “christianismen”). In de loop van de vorige eeuw kreeg deze theorie veel – en over het algemeen gegronde – kritiek te verduren, en vandaag wordt ze nog slechts heel sporadisch aangehangen. Toch liet de Nijmeegse School een duidelijk stempel na op de 20ste-eeuwse studie van het Laat- en Middeleeuws Latijn. In mijn lezing ga ik nader in op de ontstaanscontext, de geleidelijke uitbouw, en de impact en nalatenschap van de Nijmeegse School en haar Sondersprache-theorie.

Deel deze pagina