Goden, tempels en graven in onze streken in de Romeinse tijd

25 10 17
Verberg deze slider

De voordracht bevat drie luiken : de heiligdommen, de culten en de grafrituelen.

In de officieel door Rome gestichte steden (coloniae), zoals Keulen, Xanten, enz. vinden we architectuur die niet moet onderdoen voor die van de hoofdstad. Anders is het gesteld op het platteland. De overwegende tempeltypes zijn daar het fanum (zoals in Kontich, Grobbendonk,…) en het landelijk openluchtheiligdom (zoals in Wijnegem).

Welke godheden werden er vereerd ? – Behandeld worden de officiële Romeinse goden, de keizercultus (Tongeren), de inheemse goden, de mysterieculten (Mithras in Tienen) en het christendom (Tongeren). Opmerkelijk is de tolerantie vanwege de Romeinse overheid ten opzichte van de inheemse godsdienst.

Hoe werden de doden begraven ? – Er dient onderscheid gemaakt tussen de urngraven en – vooral in het Scheldebekken – de brandrestengraven. Soms is er sprake van heuse grafmonumenten zoals tumuli (voornamelijk in Haspengouw) en grafpijlers (o.a. in Waasmunster).

Deel deze pagina