'Alexandrië van Alexander tot Kavafis: van plaats tot topos'

19 03 19
Verberg deze slider

Gunnar De Boel

behaalde in 1974 zijn kandidatuur in de klassieke filologie en wijsbegeerte aan de UFSIA, zijn licentie behaalde hij in 1976 aan de RUG. Hij promoveerde in 1984 tot doctor in de klassieke filologie met het doctoraat “Aspecten van de transitiviteit bij Homeros”.

Vanaf 1988 was hij docent aan de RUG. In de jaren 1998-2001 bekleedde hij de functie van deeltijds hoogleraar Nieuwgrieks aan de RuGroningen. Daarnaast was hij hoogleraar algemene en vergelijkende taalwetenschap, Griekse taalkunde en Nieuwgriekse Letterkunde aan de UGent. Sinds 2006 is hij gewoon hoogleraar aan de UGent.

De onderzoeksdomeinen van de spreker zijn de syntaxis van het Oudgrieks en de Griekse letterkunde van de 12de en van de 20ste eeuw.

 

Onderwerp van de lezing

Alexandrië was een Grieks eiland in Egypte, met een Griekse bevolking die sterk gehecht was aan haar identiteit. De bibliotheek van het Mouseion werd een museum van de Griekse traditie, geselecteerd en bestudeerd door onderzoekers die zelf buiten de polistraditie stonden. Hun “moderne” houding resulteerde ook in een ander soort literatuur, waarbij de beleving van het individu in de grootstad het won van de maatschappelijke betrokkenheid die kenmerkend was voor de Griekse traditie. De Arabische verovering maakte een einde aan Alexandrië als intellectueel centrum. Geleidelijk verloor ook de haven aan belang. In de 19de eeuw kende de stad een grote commerciële expansie, die een omvangrijke kolonie aantrok van “Franken” en Grieken, die net als in de Oudheid geheel apart leefden van de inheemse bevolking. Een van hen, Kavafis, creëerde zich een Alexandrijnse mythologie, waar zijn sensualiteit, anders dan in zijn heden, in hoog aanzien stond, en waar de verliezers van de geschiedenis aan het woord kwamen.

Deel deze pagina