Europese geschiedenis I - Van oudheid naar vroege middeleeuwen

26 09 16
05 12 16
Verberg deze slider

Europa werd in de prehistorie bevolkt door stammen, maar wat zijn stammen eigenlijk en op welke punten verschillen ze van de grote rijken, zoals dat van de Romeinen? Hoe passen de Feniciërs en Grieken in dat geheel? Om dat te onderzoeken zullen we eerst een aantal oude stammen onder loep nemen, zoals de Kelten en de Germanen. Daarna kijken we naar de zeevarende handelsvolken en hun eigenaardigheden. Met die kennis kunnen we Etrurië en de opkomst van het Romeinse Rijk nader beschouwen.

Als we dan ook nog kijken naar de joodse en de christelijke godsdienst, hebben we voldoende materiaal om de enorme smeltkroes van het vroege Europa te leren doorgronden. Een kernvraag die moet worden onderzocht luidt: waarom is Europa na de val van Rome niet teruggevallen in de barbarij? Waar komt de kracht vandaan om toch weer een nieuwe samenleving op te bouwen en wat zijn daarbij de randvoorwaarden geweest? Dan wordt ook duidelijk waarom we spreken van de ‘duistere middeleeuwen’. Het was een periode waarin elk vezeltje beschaving moest worden bevochten en dat gebeurde dan ook.

We hoeven niet religieus te zijn om te zien dat de kerk een centrale rol speelt in het Europa van de middeleeuwen. We kijken onbevangen naar het beschavingsoffensief dat uitging van de kerk en ook naar de mislukkingen daarvan. En we zullen zien wat de absolute voorwaarde was voor de geboorte van het Europa van de nationale staten, zoals we dat in de afgelopen eeuwen hebben gekend.

Deze collegereeks wordt verzorgd via HOVO Amsterdam, Vrije Universiteit.

Deel deze pagina