Het Romeinse rijk: een imperium met (on)begrensde mogelijkheden

17 01 17
26 01 17
Verberg deze slider

In 14 n. Chr. overleed Augustus, de eerste keizer van het Romeinse rijk. Hij was er verantwoordelijk voor dat de republiek verdween en dat er een nieuwe constitutie kwam: het principaat. Schrijvers uit die tijd hebben daar verschillend over geoordeeld, maar niemand kon ontkennen dat met de Pax Augusti, de vrede van Augustus, een nieuwe tijd was aangebroken. De schone kunsten beleefden een opbloei. De economie kreeg nieuwe impulsen. De handel bloeide op als nooit tevoren, waarvan de talrijke wrakken op de bodem van de Middellandse Zee getuigenis afleggen. Rome ontwikkelde zich tot een ware metropool, die vooral kon blijven bestaan dankzij de (belasting)bijdragen van de provincies. Talloze migranten meldden zich. Ze pasten zich snel aan de Romeinse leefwijze aan en vergaapten zich aan grote gladiatorenshows en wagenrennen. Ze werden Romein met de Romeinen. Maar er waren ook uitzonderingen: de Joden en de christenen, die weigerden de Romeinse goden te aanbidden.

Tijdens de colleges staan drie vragen centraal. Allereerst: wat was de structurele sterkte van het Romeinse regeringssysteem? Vervolgens: hoe werkte de Romeinse economie? En tenslotte: hoe functioneerde het systeem van de Romanisering, die het mogelijk maakte om zo veel verschillende volkeren het idee te geven dat ze erbij hoorden?

Deze collegereeks wordt verzorgd via HOVO Amsterdam, Vrije Universiteit.

Deel deze pagina