Monotheïsme in een pagane wereld

18 06 14
  • Gorinchem
  • 18 juni
  • 20:00 uur
  • mw. drs. Wendelijn van der Leest
  • Gymnasium Camphusianum, Vroedschapstraat 11, Gorinchem

In een wereld waarin het Grieks-Romeinse pantheon nagenoeg ongelimiteerd ruimte bood aan traditionele én uitheemse goden, werden de exclusivistische, monotheïstische godsdiensten van het Jodendom en christendom met de nodige argwaan bekeken. De era waarin het christendom opkwam en zich losmaakte van het Jodendom viel vrijwel samen met de overgang van Republiek naar Keizertijd in het Romeinse Rijk. Gelijk bij aanvang van zijn keizerschap benadrukte keizer Augustus het hernieuwde belang van de heidense (pagane) religiositeit en pietas. De vrede met de (Grieks-Romeinse) goden, de pax deorum, moest namelijk ten koste van alles hersteld worden na een lange periode van onrust en burgeroorlogen.

In deze woelige periode van de geschiedenis onderging het Jodendom verschillende belangrijke ontwikkelingen in Palestina en de diaspora, nadat zij zich al eeuwen staande had gehouden in een grotendeels vijandige omgeving. Na overheersingen van de Perzen, Grieken en Seleuciden in Palestina, zou de Romeinse overheersing uiteindelijk een breekpunt blijken te zijn in de ontwikkeling van deze religie.

Het respect dat de Romeinen traditioneel koesterden voor anciënniteit en voorouderlijke tradities, de mos maiorum, zou het Jodendom aanvankelijk bepaalde privileges opleveren, ondanks weigering aan de keizer te offeren. Echter, het voortdurende verzet tegen de Romeinse overheersing resulteerde in 70 na Chr. in de destructie van de Tempel in Jeruzalem onder keizer Vespasianus. Niet langer kon de tempel in Jeruzalem het epicentrum vormen voor het Jodendom zoals het altijd had gedaan en een nieuwe tijd brak aan. Deze gebeurtenis signaleerde de geboorte van een nieuw Jodendom; het rabbijns Jodendom.

Onderwijl ontwikkelde de Joodse ketterse stroming van de christiani zich van Joodse sekte tot zelfstandige geloofsgemeenschap. Deze volwassenwording betekende echter niet alleen de totstandkoming van een eigen canon, maar ook de vorming van een eigen klerikaal apparaat én het ontstaan van geheel eigen problemen binnen de Romeinse maatschappij. Zo veroorzaakten de christenen veel beroering bij de Romeinse bestuurders door de weigering aan de keizer te offeren.

In de ogen van de Romeinen brachten zij hiermee de pax deorum, en dus het welzijn van het gehele Rijk, in gevaar. Maar ook door hun Romeinse medemens werden de christenen met argwaan bekeken om hun eigenzinnigheid. Deze denkbeelden zullen prachtig worden geïllustreerd met fragmenten uit antieke teksten zoals de brieven van gouverneur Plinius aan keizer Trajanus, en de teksten van de arts Galenius en de filosoof Porphyrius. Desondanks maakte het christendom een verrassende groei door in de eerste vier eeuwen, met als ultieme katalysator het tolerantie edict van de ‘christelijke’ keizer Constantijn in 313 n. Chr., waarbij het christendom als religie getolereerd zou worden.

In deze lezing wordt een historisch (geen theologisch) overzicht geboden van de parallelle ontwikkeling van de Joodse en christelijke religies bestudeerd in de Romeinse pagane context tot aan 313 na Chr.

Mevrouw Van der Leest is oudhistorica. Sinds 2008 heeft zij gedoceerd aan de Universiteit Utrecht bij de vakgroep Oude Geschiedenis en heeft tevens een bedrijfje opgericht waarvoor zij onder andere als freelancer historisch onderwijs en lezingen verzorgt.

Deel deze pagina