Ovidius'ballingschap als eligische fictie

21 03 19
  • Haarlem
  • Dr. Mark Heerink is universitair hoofddocent Latijnse literatuur aan de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit Amsterdam.
  • aula Kennemer Lyceum, A. Stoopplein 7, Overveen
  • n.v.t.: alle belangstellenden zijn welkom
  • haarlem@nkv.nl
  • nkv.nl/haarlem

Ovidius' verbanning spreekt al eeuwen tot de verbeelding en heeft zelfs tot een nieuw genre geleid, de poëzie uit ballingschap. Dat de eindexamensyllabus Latijn 2019 een stukje van Ovidius’ poëzie uit ballingschap bevat, namelijk zijn zogenaamde autobiografie Tristia 4.10, is een goede gelegenheid om eens wat dieper in te gaan op deze mysterieuze ballingschap, waarvan de omstandigheden in nevelen zijn gehuld. Zo is over de mogelijke oorzaken eindeloos gespeculeerd, wat alles te maken heeft met het feit dat Ovidius’ eigen werk de enige directe bron is voor zijn verbanning. Sommige geleerden zijn zo ver gegaan dat ze hebben beweerd dat Ovidius’ ballingschap een literaire fictie zou zijn, een intrigerende theorie, die bij een speelse dichter als Ovidius niet zou misstaan. Deze theorie komt wel eens voorbij in een examenbundel, hooguit in een zinnetje, maar wat houdt hij nu eigenlijk in en waar is hij op gebaseerd? En hoe zouden we Ovidius’ ballingschapspoëzie in een dergelijk scenario dan moeten lezen? 

Deel deze pagina